Rosé en een tweejarige die zegt: ‘Papa, ik beetje koud’

Astronomisch is het nog zomer. Meteorologisch is dat verhaal sinds 1 september blijkbaar al afgelopen. Zelf bevind ik mij vooral ergens daartussenin, met een winkel vol rosé en een trui aan.
Deze ochtend stap ik buiten met een trui én een vest. Uiteraard volledig doordacht, want ik beschik over het uitzonderlijke talent om frisse wind en een koude nacht te vertalen naar: misschien wordt het vandaag wat frisser.
Ook mijn tweejarige krijgt een jas aan.
Ik herhaal: ik heb zelf aan zijn jas gedacht. Ik hoop dat mijn wederhelft meeleest, want die valt vermoedelijk net van haar stoel.
We stappen in de auto, vertrekken en nog voor ik goed en wel de straat uit ben, klinkt het vanop de achterbank:
‘Papa, ik beetje koud.’
Ubermegazacht. Ubermegaschattig. Maar zakelijk gezien ook behoorlijk confronterend.
Daar zit ik dan. Verwarming op 24 graden, kind ingepakt en plots maar aan één ding te denken: waar moet ik in godsnaam met al mijn rosé naartoe?
Want wanneer zelfs een tweejarige je vanop de achterbank duidelijk maakt dat de zomerwijnen stilaan een andere plaats in het schap mogen krijgen, dan moet je schakelen.
Iets wat de bestuurder voor mij trouwens óók dringend mag doen. Schakelen. Ik bevind mij deze keer niet op de 850 meter verkeerschaos die ik in een eerdere column al beschreef, maar ook hier slagen we erin een perfect berijdbare weg te veranderen in een soort openluchtparking.
Bon. De rosé dus.
Die ben ik bij aankomst voorzichtig uit de etalage beginnen vissen. Niet omdat rosé vanaf september plots verboden is. Rosé heeft geen houdbaarheidsdatum die afloopt zodra iemand voor het eerst ‘amai, frissekes’ zegt. Maar een etalage mag stilaan tonen dat er een ander seizoen aan de deur staat.
Dus komt er rood.
Alleen nog niet het soort rood waarvoor je een open haard, een stoofpot en emotionele voorbereiding nodig hebt. De zon besluit die namiddag namelijk opnieuw te verschijnen en staat daar plots als een fitnessende tiener stoer te doen. T-shirtweer! Zomer! Kijk eens naar mijn spieren!
En zo begint mijn systeem opnieuw te twijfelen.
Wat drink je op zo’n dag?
Montepulciano d’Abruzzo, denk ik.
Geen loodzware, overdreven houtgerijpte krachtpatser die je na één glas onder een deken legt. Wel een jonge, sappige stijl met rijp rood en donker fruit, wat kruidigheid, voldoende body en tannine die aanwezig is zonder meteen de vergadering over te nemen.
Eigenlijk de ideale overgangswijn.
Hij heeft genoeg warmte voor de koude ochtend, maar blijft sappig genoeg wanneer de zon in de namiddag alsnog besluit dat ze haar contract moet uitdoen. Schenk hem gerust een tikje frisser dan kamertemperatuur. Niet ijskoud, maar ook niet op de temperatuur van een woonkamer waarin iemand de thermostaat op stand tropisch vakantieoord heeft gezet.
Zet er een dampende pasta, pizza, worst, gehaktbal of iets met tomaat en kruiden naast en de dag begint plots opvallend logisch te smaken.
De rosé wordt dus niet verbannen. Ze verhuist gewoon even naar een minder opvallende plank. Als het morgen opnieuw 25 graden wordt, haal ik haar zonder schaamte weer boven. Een wijnwinkel is tenslotte geen parlement: beslissingen mogen hier nog gewoon worden teruggedraaid wanneer de omstandigheden veranderen.
Maar vandaag drink ik Montepulciano d’Abruzzo.
Omdat mijn kind het koud had.Omdat de zon niet weet wat ze wil.En omdat iemand in deze weerchaos toch een beslissing moet nemen.
Meer bepaald: de Valentino Montepulciano d’Abruzzo DOC van Cantine Mucci.
Die brengt vandaag precies genoeg zon in mijn glas. Rijp donker fruit, wat kruidigheid, voldoende body en tannine die aanwezig is zonder de volledige ruimte op te eisen. Rood dus, maar nog niet het soort rood waarbij je de gordijnen sluit en een stoofpot van drie dagen opzet.
Ondertussen ben ik voor de rest van de dag in discussie met de echte zon.
‘Wat is het nu eigenlijk? Kies.’
Ze verdwijnt. Ze verschijnt opnieuw. Ze maakt het warm, trekt zich terug en doet vijf minuten later alsof er nooit iets gebeurd is.
Ongeveer even standvastig als de Belgische politiek, maar dan zonder persconferentie. Ik vraag me af of ze zelf beseft wat al die onzekerheid met een mens doet. En vooral: met mijn etalage.
Over chaos gesproken: ik heb intussen alsnog die beruchte 850 meter verkeersellende moeten afleggen.
De bestuurder van deze ochtend, die ik in gedachten nog uitgebreid had vervloekt omdat hij niet wilde schakelen, lijkt achteraf een uitzonderlijk vlotte mens. Bijna professioneel. Ik mis hem zelfs een beetje.
Zo snel kan het gaan. Eerst denk je dat iemand voor je het verkeer ophoudt. Een paar uur later sta je werkelijk stil en besef je: Jens, dat van deze ochtend was geen file. Dat was mobiliteit met een lichte vertraging. Dit hier is chaos.
KNAL. Achthonderdvijftig meter lang.
Maar bon, daar schreef ik al eens over.
De zon mag nog drie keer van mening veranderen. Ik niet meer. De Montepulciano staat klaar en daarmee is de discussie gesloten.
Schol op de wispelturigheid.
Schol op de rosé die nog even mag blijven. maar wel van schap verhuist.
En vooral: schol op een kind van twee dat met vijf woorden een volledige seizoenswissel in gang zet.




Opmerkingen