“Chardo-née-née.”
- Jens Van Gorp
- 3 jun
- 3 minuten om te lezen
“Chardo-née-née.” Het lijkt een ludieke uitspraak, die ik zelf vaak maak tijdens een degustatie waarbij ik een exotische boterbom krijg, maar het verwijst naar een opvallend fenomeen in de wijnwereld: een periode waarin velen zich afkeerden van Chardonnay, de meest aangeplante en wereldwijd meest geconsumeerde witte druif. We hebben het over het ABC-tijdperk: Anything But Chardonnay.
In de jaren 1990 en vroege 2000 werd de uitdrukking “Anything But Chardonnay” een populaire slogan onder consumenten en sommeliers die zich wilden onderscheiden van de mainstream. De beweging ontstond als een reactie op de overproductie van Chardonnay-wijnen – vooral uit de Nieuwe Wereld, maar ook uit Bourgogne zelf – die vaak zwaar, overdreven houtgelagerd en weinig verfijnd waren. De karakteristieke aroma’s van boter, vanille en toast kregen de overhand, en de finesse die Chardonnay in haar meest expressieve vorm kan bieden, verdween naar de achtergrond. Er ontstond wat men kan noemen een soort ‘smaakvermoeidheid’.
Toch was deze periode niet zonder positieve gevolgen. Het ABC-tijdperk leidde tot een herwaardering van diversiteit binnen witte wijnen: druiven zoals Albariño, Riesling, Grüner Veltliner, Sauvignon Blanc, Pinot Blanc, en ... kwamen in opmars bij het publiek. Tegelijkertijd zette het wijnmakers ertoe aan om hun werkwijze rond Chardonnay kritisch te herbekijken: van overdadige houtlagering keerde men geleidelijk terug naar preciezere vinificatie, terroirgedreven expressie en subtiel gebruik van eik. Het resultaat? Een heropleving van Chardonnay, met name in zijn elegante en gestructureerde vormen – denk aan Chablis, Puligny-Montrachet of cool-climate wijngaarden en hoger gelegen wijngaarden in de Nieuwe Wereld.
Toch rijst vandaag opnieuw de vraag of we ons niet stilaan begeven naar een nieuw, zij het stiller ABC-tijdperk. Niet vanuit afkeer, maar vanuit gewenning en economische realiteit. Veel consumenten associëren Chardonnay opnieuw met een ‘huiswijn’ of een ‘doordeweeks glas’, en richten zich minder bewust op de druif zelf. De fijnere, precieze Chardonnay-stijlen – die de naam Bourgogne groot maakten – zijn steeds minder bereikbaar voor het brede publiek vanwege stijgende prijzen. Hierdoor dreigt de belevingswaarde van Chardonnay zich los te koppelen van de druif als herkenbare factor.
Zelf merk ik dat ik klanten die vragen naar een “mineralige Puligny” steeds vaker een goed gemaakte Aligoté voorstel. Niet omdat ik de druif, chardonnay, wil vermijden, maar omdat ze binnen dezelfde smaakbeleving past – sappige zuren, subtiel hout, delicate fruitaroma’s – tegen een haalbaardere prijssetting. Vaak geef ik ook de voorkeur aan alternatieven uit Duitsland, Oostenrijk of Noord-Italië. Niet vanwege kwaliteitstekort bij Chardonnay, maar vanwege een veranderende verhouding tussen verwachting, beschikbaarheid en prijsbeleving. Geloof mij, zet maar eens een Duitse weissburgunder met houtlagering op tafel, een klassieke bourgogne drinker accepteert dit sowieso als 'klassiek bourgondisch smaakprofiel'.
We zouden dus kunnen stellen dat we in de toekomst misschien niet massaal zullen stoppen met het drinken van Chardonnay, maar dat we de term ‘Chardonnay’ minder nadrukkelijk zullen gebruiken. In plaats van te vragen naar de druif, zullen consumenten wellicht vaker vragen naar de stijl of de herkomst: “Heeft u iets in de stijl van Meursault?” of “Een klassieke Bourgogne, alstublieft.” Daarmee wordt Chardonnay stilaan vervangen door een synoniem voor een smaakprofiel, eerder dan dat we expliciet de druif nog gaan benoemen.
Is dat een probleem? Niet noodzakelijk. Het is een evolutie. Maar het is mogelijk dat Bourgogne – niet de Nieuwe Wereld dit keer – onbewust het volgende ABC-tijdperk inluidt. Een fluisterend tijdperk waarin de naam van de druif naar de achtergrond verdwijnt, en de beleving centraal komt te staan. En dat is zeker niet negatief; integendeel, naar mijn mening worden we er alleen maar beter van, en op termijn zal Bourgogne daar ook van profiteren. Echter, de regio zal moeten accepteren dat het mogelijk nieuwe ABC ervoor zorgt dat ze niet langer de populairste 'chardonnay'-regio is. In plaats daarvan zal Bourgogne eerder bekend staan als een creator van smaak en mondgevoel, en de consument zal deze kenmerken gebruiken om de wijn te kiezen die het beste bij hen past, los van de druif, los van de regio en afhankelijk van hun budget.
Dit is geen definitieve conclusie, maar een uitnodiging tot discussie. Misschien vergis ik me, of laat ik me te veel leiden door persoonlijke ervaring. Maar als het gesprek leidt tot meer inzicht, nuance en gedeelde kennis over de plaats van Chardonnay in de huidige wijncultuur, dan is het doel bereikt.

Opmerkingen